Basiscursus Schietvaardigheid

 

Welkom bij schietsportvereniging de Treffers Lelystad. U bent aspirant-lid geworden van een bijzondere sportvereniging. De schietsport fascineert en daagt uit maar brengt ook rust en ontspanning.

Na de instructie periode, waarin u kennis leert maken met (hand)vuurwapens, wordt u volwaardig lid van onze vereniging en kunt u zelfstandig trainen met alle verenigingswapens. 

Er wordt individueel les gegeven op dinsdag, woensdag of vrijdagavond. Een team van vrijwilligers (OBC-ers, lees: opvang, begeleiding en coachen) geeft instructie.

Aandachtspunten zijn o.a.:

Ø  Veiligheidsregels en veiligheidsreglement,

Ø  Omgang met alle soorten verenigingswapens,

Ø  Schiettechnische vaardigheden,

 

Ter ondersteuning van de basiscursus maken wij gebruik van dit cursusboek.

Het programma: 

Ø  : ·Veiligheid en omgang met wapens

Ø  : ·Pistoolschieten

Ø  : ·Revolverschieten

Ø  : ·Geweerschieten 

De aanvullingen kunnen zijn:

Ø  Bondige omschrijving staand pistool schieten 

Ø  Bondige omschrijving staand geweer schieten

Ø  Bondige omschrijving knielend geweer schieten

Ø  Bondige omschrijving liggend geweer schieten

 

Bestudeer de theorie goed en bedenk dat de schietsport leuker wordt naarmate er meer van wordt begrepen.

Voor vragen kunt u contact opnemen met info@detreffers.nl  

© 2010/ 2011 Schietsportvereniging de treffers

  

Aantekeningen:

 

Persoonlijke gegevens in het belang van de cursus die u kan bespreken met de instructeurs

(voor)naam:

Heeft u schietervaring ?                                                                                                   ja / nee

Indien ja, waar, waarmee en wanneer:

Bezit u wapens en/of schietsportaccessoires ?                                                            ja / nee Indien ja, welke:  

Bent u lid  (geweest) van een SSV en/of KNSA                                                               ja / nee

Indien ja, welke en wanneer:  

Bent u links- of rechtshandig?                                                                                         Links / rechts

Wat is uw dominante oog?                                                                                             Links / rechts 

Zijn er beperkingen (handicaps)  m.b.t.  de schietsport ?                                          ja / nee

Indien u medicijnen gebruikt, kunt u zeggen waarvoor?  

Heeft u gehoorproblemen ?                                                                                            ja / nee

Heeft u last van evenwichtsstoornissen ?                                                                     ja /  nee

Heeft u problemen met uw gezichtsvermogen ?                                                         ja / nee

Heeft u ademhalingsproblemen ?                                                                                   ja / nee 

Heeft u er bezwaar tegen als een trainer u aanraakt

ter verbetering van de schiettechniek ?                                                                         ja / nee

  

1 Veiligheid en omgang met vuurwapens

 

De volgende pagina’s bevatten de regels voor de veiligheid en omgang met  vuurwapens. Elke sportschutter wordt geacht deze regels uit zijn hoofd te kennen!

Het meest onveilige wapen is het zogenaamde ‘ongeladen’ wapen.  De meest gehoorde uitroep na een ongeluk met een vuurwapen is:

‘Ik dacht dat er geen patroon in zat!’ 

Of woorden van een gelijke strekking.

Vertrouw daarom NOOIT op je geheugen en controleer ALTIJD het wapen, nadat je het wapen hebt uitgepakt of uit het rek hebt genomen of het wapen leeg is. 

Dit geldt ook voor een wapen dat je overhandigd hebt gekregen van een ander, dus ook van een instructeur.

 

Ken je vuurwapen.

Ø  Ken het mechanisme.

Ø  Ken de veiligheden.

Ø  Ken de onveiligheden.

Ø  Als je iets niet helemaal zeker weet, vraag de baancommandant of een instructeur.

Ø  Houd of leg de loop altijd in de veilige richting.

Ø  Wijzen naar of richten op iemand met een vuurwapen is VOLSTREKT ONTOELAATBAAR, zie de bovenstaande rode tekst!

Ø  Behandel het wapen ALTIJD alsof het geladen is.

Ø  Wacht  tenminste 30 seconden met de loop in de richting van de kogelvanger als een schot niet afgaat alvorens  het wapen volgens de veilige ontlaad procedure wordt geopend en gecontroleerd. Ø Draag altijd gehoorbescherming op de baan en een veiligheidsbril.

Ø  Voor (ook tijdens) het schieten is het gebruik van alcohol verboden

Ø  Bij geconstateerd alcoholgebruik wordt een schutter onmiddellijk van de schietbaan verwijderd. Het bestuur van S.V. de treffers zal daarbij passende maatregelen treffen, veelal leidt dit tot minimaal een schorsing.

Ø  Na het schieten kan men gezellig vertoeven aan de Bar van de vereniging, maar let op dat men nog naar huis moet, en dat het besturen van een motorvoertuig met een teveel aan alcohol een vergunning tot het voorhanden hebben van een wapen kan blokkeren.

 

 Controleer de loop van het wapen voor het schieten.

Ø  De loop dient olievrij en schoon te zijn.

Ø  Hoor je een afwijkend geluid of voel je een afwijkende terugslag bij het afgaan van het schot, dan

ONMIDDELLIJK stoppen met schieten, de veilig ontladen procedure volgen en de loop controleren!

Veilig  laden en schieten.

Ø  De loop steeds in de veilige richting (zandbak) houden.

Ø  Magazijn, patroonhouder of cilinder vullen en plaatsen indien van toepassing Ø Wijsvinger langs de trekkerbeugel houden.

Ø  Het wapen doorladen, bij pistool en revolver met de niet schiet hand de slede of haan naar achteren halen.

Ø  Richten, de vinger op de trekker leggen en schieten.

Veilig ontladen van pistool of revolver.

Ø  De loop in de richting van de schijf houden.

Ø  De wijsvinger langs de trekkerbeugel houden.

Ø  Bij een revolver eerst met de duim van de “niet-schiet-hand” de haan voorzichtig ontspannen.

Ø  De patroonhouder (magazijn) uitnemen of de cilinder uitklappen.

Ø  Bij een revolver de patronen uit de cilinder halen.

Ø  Bij een pistool: de afsluiter openen.

Ø  Bij een pistool de voorzijde van de afsluiter en de kamer controleren.

Ø  Bij een pistool: eventueel nog aanwezige patronen de kamer verwijderen.

Ø  Bij het commando “VAST VUREN” of “STAAKT HET VUREN” het wapen geopend (afsluiter open bij pistool of de cilinder uitgeklapt bij revolver) met de loop richting kogelvanger neerleggen en achter de brits gaan staan.

Ø  Bij het opruimen van een wapen: de afsluiter sluiten.

Ø  Het afvuurmechanisme gecontroleerd ontspannen.

Veilig ontladen van een geweer

Ø  De veilig ontlaad procedure voor een halfautomatisch geweer is gelijk aan die van een pistool.

Ø  Bij vast vuren dien je een grendelgeweer te ontgrendel en leg je deze met de grendel geopend neer, de loop in de richting van de kogelvanger, waarna je achter de brits gaat staan.

Ø  Na het schieten alle nog aanwezige patronen uit het magazijn halen voordat het wapen wordt weggezet in het geweerrek of wordt opgeborgen in koffer of hoes. Let op dat de loop altijd een veilige richting aanhoudt!

Overdragen of overnemen van een vuurwapen

Ø  De veilig ontladen procedure volgen.

Ø  De afsluiter, cilinder of grendel dient open te zijn.

Ø  Een pistool of revolver overhandigen met de kolf naar de ander toe.

Ø  Een revolver overhandigen met de wijsvinger door de cilinderopening.

Ø  Een geweer overhandigen met de loop omhoog gericht en waarbij door de ander in de afsluiter gekeken kan worden.

Vervoer en opslag

Ø  Een vuurwapen dient altijd ongeladen opgeborgen en of vervoerd te worden.

Ø  Ongeladen is: geen patroon in de kamer en geen patronen in het magazijn, de patroonhouder of de cilinder en de patroonhouder uitgenomen.

 

Veilig wapen onderhoud

Ø  De veilig ontladen procedure volgen.

Ø  De montage- en onderhoudsvoorschriften van de betreffende wapen leverancier strikt volgen.

Ø  Verenigingswapens worden ALLEEN door de aangewezen personen onderhouden. Het is NIET toegestaan om zelf aan de verenigingswapens te sleutelen of zaken bij te stellen.

 

Discipline op de schietbanen

Ø  Voor het schieten dient een schutter zich te melden op het telbureau en dient de schutter zijn of haar schietregister af te geven, te laten afstempelen en zich op de lijst in te schrijven.

Ø  Het is NIET toegestaan de baan te betreden zonder eerst te melden op het telbureau.

Ø  Laat een wapen NOOIT onbeheerd op de baan liggen.

Ø  Sleutel niet aan verenigingswapens, dit is alleen voorbehouden de personen die hier voor zijn aangewezen. Mocht je dit toch willen geef je dan op om ook onderhoud uit te komen voeren.

Ø  Laad nooit meer dan 5 patronen in je verenigingswapen.

Ø  Na het schieten het schietpunt opruimen: ALLE lege huizen in de daarvoor bestemde ton deponeren, de kaart terughalen naar het schietpunt en deze in de papierton deponeren. Eventueel gebruikt materieel voor liggend of knielend geweer schieten terugleggen op de tafel(s) en het licht op het schietpunt uitschakelen.

Ø  Eventuele veroorzaakte beschadigingen melden aan de toezichthouder.

Ø  De orders en opdrachten van de baancommandant dienen te allen tijde strikt opgevolgd te worden.

Eventuele discussies mogen alleen buiten de baan gevoerd worden.

Ø  Silhouet - en dynamisch schieten, d.w.z. in de tunnel schieten i.p.v. voor het schietpunt, geschiedt onder direct toezicht van één of meerdere daartoe aangewezen baancommissarissen.

 

 

LEES DEZE REGELS ZO VAAK DOOR ZODAT JE ZE KUNT DROMEN

2 Pistool

 

2.1 Inleiding.

Deze les behandelt het wapen dat het meest tijdens de introductiecursus zal worden gebruikt: het pistool. 

Het pistool valt evenals de revolver onder de groep handvuurwapens en is voor elke schutter het meest gevaarlijke vuurwapen dat er is. Dit is dan ook direct de reden waarom er tijdens de introductiecursus voor dit wapen is gekozen en waarom deze als een rode draad door de gehele cursus loopt.

Een pistool is een halfautomatisch wapen, na elk schot zorgt de repeteerfunctie ervoor dat het wapen onmiddellijk gereed is voor het volgende schot zolang er munitie in de patroonhouder zit. Bovendien is een pistool een heel kort wapen vergeleken met een geweer, je moet heel goed opletten dat je een wapen (al dan niet geladen) ALTIJD met de loop in de veilige richting houdt. Kun je veilig omgaan met een pistool dan kun je veilig omgaan met elk ander wapen dat we hebben in onze vereniging. Daar is deze introductiecursus in eerste instantie op gericht: het veilig omgaan met een vuurwapen

 2.2 Hoe werkt een pistool?

Zoals in de inleiding al is aangegeven is een pistool is een halfautomatisch wapen, dat wil zeggen dat het wapen na elk schot in een fractie van een seconde gereed is voor het volgende schot zolang er munitie in de patroonhouder zit. Een pistool is er in diverse soorten kalibers voor het afvuren van patronen die variëren van kaliber.22 tot groter dan.45.

KKP = Klein Kaliber Pistool (.22)  en GKP = Groot Kaliber Pistool (groter dan.22) 

Tijdens de introductiecursus wordt voornamelijk gebruik gemaakt van een klein kaliber pistool voor het afvuren van.22 patronen.

 

 

                          Enkele .22 patronen

 

 

 

 Klein kaliber pistool Smith & Wesson

  

Een.22 patroon is een messing huls gevuld met kruit en afgesloten met een kogelkop. Aan de onderkant is een randje geperst. Daarin zit een materiaal dat slagsas heet en door een klap tot ontbranding komt. Als je de trekker van een.22 wapen overhaalt slaat een hamer tegen de rand van de huls waarin zich het slagsas in bevindt. Daardoor ontbrandt het slagsas en wordt het kruit in de huls aangestoken. Als kruit ontbrandt, vormt het heel snel en heel veel gas. Door die plotselinge gasdruk wordt de kogel met een hoge snelheid uit de huls en door de loop gedrukt. Een.22 patroon wordt ook wel ‘randvuurpatroon’ genoemd gelet op het randje met slagsas. Dit in tegenstelling tot ‘centraalvuur’ waarvan de huls met een slaghoedje is uitgerust dat in het midden van de hulsbodem zit.

Als je in de loop van een wapen kijkt zul je een aantal spiraalsgewijze groeven zien, de trekken en velden. De diameter van de kogel is iets groter dan de diameter van de loop. Hierdoor wordt de kogel bij het afschieten iets in die groeven gedrukt en door de snelheid waarmee dit gebeurt krijgt de kogel een om zijn as draaiende beweging. Die draaiende beweging zorgt ervoor dat de kogel een min of meer rechte baan gaat volgen en niet gaat zwabberen. Hierdoor kun je veel zuiverder schieten. 

 

 

Trekken en velden in de loop van een pistool.

A = trekken B =velden

 

De gasdruk die ontstaat na het afvuren drukt de kogel zoals gezegd door de loop van het wapen. 

Dat dit niet zo eenvoudig is zul je ontdekken als zelf gaat schieten: het afgaan van een patroon veroorzaakt ook een kracht die tegengesteld is aan de richting van de kogel. 

Deze natuurkundige wet: actie is (min) reactie ((min) omdat de reactie tegengesteld is aan de actie). Kortom je voelt de terugslag.

Bij een.22 wapen valt die heel erg mee, daar hoef je echt niet bang voor te zijn. Deze terugslag wordt bij een pistool gebruikt voor de repeteeractie. Door de klap schuift het bovenste gedeelte van het wapen, de slede, naar achteren, trekt de afgeschoten huls uit de kamer en werpt de huls uit het wapen. In het wapen zit een veer die de slede weer terug naar voren duwt. Door deze beweging wordt een nieuwe patroon uit de patroonhouder genomen en in de kamer geduwd. 

Hierna wordt het wapen weer vergrendeld. Het wapen is dan weer gereed voor het volgende schot. Dat gaat zo snel dat het met het blote oog niet of nauwelijks is te zien. 

Houdt NOOIT je duim tegen de achterkant van een pistool, Je bent misschien wel sterk, maar het wapen zal winnen en je duim zal nooit meer hetzelfde zijn.

 

 2.3 Hoe schiet je met een pistool?

Tijdens de gehele basiscursus gaan we je leren hoe je met een wapen moet schieten. We gaan je leren hoe je volgens de K.N.S.A. wedstrijdregels met een handwapen schiet. Als je later aan wedstrijden mee wilt gaan doen dan zul je daar veel profijt van hebben als we je de juiste houding hebben aangeleerd. Je hoeft dan ook geen verkeerd aangeleerde dingen weer af te leren.

2.3.1 De nulstelling.

Een mens bestaat voor ongeveer 80 % uit water dat bij elkaar wordt gehouden door de huid. Om ervoor te zorgen dat we niet als een plumpudding in elkaar zakken is er voor wat extra stevigheid een skelet geplaatst. We kunnen bewegen doordat er hier en daar aan het skelet spieren vast zitten die we kunnen spannen en ontspannen.

Alles bij elkaar genomen is een menselijk lichaam dus een nogal wankel geheel. Dat kunnen we eigenlijk niet gebruiken als we pistool gaan schieten. We moeten dan stabiel staan zodat we zuiver kunnen schieten. Op het schietmoment moeten we een houding hebben die ons lichaam goed op zijn plaats houdt. Gelijktijdig is het ook de meest ontspannen houding. Tijdens het afschieten van het wapen, moet de schutter ontspannen zijn houding behouden.

Daarvoor is de nulstelling. De nulstelling is de meest stabiele schiethouding.

Op de schietbaan bij S.V. de Treffers kun je zien dat het kaartransport plaats vindt door een karretje in rails aan het plafond. Deze rails bevind zich in het midden van het schietpunt. Ga je nu precies onder deze rails staan, dan weet je dat je in het midden staat. Nu ga je onder een hoek van ongeveer 20 graden staan: rechtshandige schutters draaien naar links, linkshandige schutters naar rechts, zodanig dat je schiethand naar voren, naar de kaart gericht is. Je voeten zet je iets uit elkaar, heren zetten de voeten op schouderbreedte, dames op heupbreedte. Zo sta je stevig en stabiel.

De niet-schiethand haak je vast achter je broekriem. Je niet-schiethand mag dus niet los hangen, dat verstoort je evenwicht.

De schietarm en dus ook je schiethand til je op en naar voren: je wijst in de richting van de schietschijf in de tunnel.

 

                                                                                                                                             

Ø  De niet-schiethand in je broekzak of achter je broekriem

Ø  Wijs in de richting van de schietschijf

Ø  Nu ga je pendelen: kijk naar je pols en ga een beetje heen en weer schommelen, draaien, vanuit je heupen.  

Wat veel fout wordt gedaan is het alleen maar bewegen met de arm, let er dus op dat het vanuit de heup gebeurt: het onderlichaam staat stil, het bovenlichaam beweegt rustig heen en weer.

Ø  Op het moment dat je stil staat heb je de nulstelling bereikt: de spanning in je spieren is dan minimaal en in evenwicht: de spieren die je schietarm naar rechts willen bewegen zijn dan in evenwicht met de spieren die je arm naar links willen bewegen.

Ø  Je kijkt over je schiethand naar de schijf. Misschien wijs je nu naar het midden van de schijf. In dat geval sta je goed. Waarschijnlijk kom je te veel naar rechts uit of teveel naar links. Dit kun je corrigeren door je lichaam te draaien.: Eerst draai je je voorste voet een beetje bij en verplaats je vervolgens ja achterste voet naar voren of naar achteren. Je voorste voet mag je dus nooit verplaatsen, alleen bijdraaien (dus om de as).

Ø  Kijk weer naar je pols en ga nog eens pendelen. Dit doe je net zo lang totdat je hand recht naar de schijf wijst.

Dan heb je je nulstelling gevonden. In het begin kost dat tijd maar als je de nulstelling eenmaal hebt gevonden gaat dat de volgende keer sneller. Deze nulstelling kun je thuis ook oefenen zonder wapen.

 2.3.2 Het laden van een pistool.

Nu je de nulstelling hebt gevonden verplaats je de voeten niet meer. Verplaats je je voeten toch dan moet je opnieuw je nulstelling gaan bepalen. Je neemt nu de patroonhouder en vult deze met 5 patronen. Op de vereniging is het een regel dat een wapen met NIET MEER DAN 5 patronen wordt geladen!

Vervolgens stop je de patroonhouder in het pistool. Hoe je het pistool moet beetpakken wordt je in deze les gedemonstreerd. Je trekkervinger leg je langs de trekkerbeugel tot vlak voordat je de trekker gaat overhalen.

 2.3.3 Het richten van een pistool.

Als je over de loop van het wapen kijkt zie je aan de achterkant een metalen plaatje dwars op de zielas (dit is de lijn door de lengteas van het wapen, dus door de loop). Dit plaatje, de keep, heeft in het midden een inkeping.

Aan de voorkant van het wapen, op de loop, is eveneens een plaatje gemonteerd, maar nu in de lengterichting. Dit is de korrel.

                                    Korrel

 

                                                                                         Keep

 

 

 

 

 

 

 

 Als je gaat richten kijk je over de loop van het wapen. Je kijkt over de keep zodanig dat je de korrel in het midden van de keep ziet. De bovenkant van de korrel moet gelijk zijn met de bovenkant van de keep. Je gaat nu op de schijf richten. Je zorgt ervoor dat keep en korrel de onderkant van de zwarte schijf raken. Je moet de keep scherp blijven zien en dan wordt de zwarte schijf vanzelf een beetje wazig. Als je probeert in het midden van het zwart te richten zie je niet waar je richt: de zwarte keep en korrel kun je dan niet meer zien tegen de eveneens zwarte achtergrond van de schijf. De verenigingswapens zijn zodanig afgesteld dat als je de keep en korrel tegen de onderkant van de zwarte schijf houdt dat het trefpunt het midden van de schijf is.

 

Keep en Korrel scherp                                                                          Doel scherp

Goed                                                                                                       Fout

                                                       

 

2.3.4 Het schieten.

Je gestrekte arm met het pistool in je hand rust nu voor je op de brits. Je ademt in en tilt tegelijkertijd je arm met het wapen tot boven het doel. Je gaat met je arm met het wapen zo ver mogelijk naar voren wijzen. Je wapen wijst nu naar een punt iets boven het zwart van de schijf. Vervolgens adem je rustig uit tot je 1/3 lucht nog in de longen hebt en daalt gelijktijdig je arm en het wapen zodanig dat je net onder de zwarte schijf gericht zit. De keep en korrel wijzen nu naar de onderkant van de schijf. Met de trekkervinger haal je de sleep uit de trekker en DRUKT vervolgens af. Hoe dat precies moet wordt in het volgende hoofdstuk behandeld. Je richt nog een seconde na om je schot te controleren. Je haalt je vinger van de trekker, laat hem in de lengten van het pistool langs het wapen liggen. Dan pas laat je de schietarm zakken tot op de brits terwijl je verder uitademt. Je polst houdt je in dezelfde houding alsof je nog gericht bent zodanig dat als je omhoog gaat met het wapen je de pols niet hoeft te bewegen.

 

                                                               Weg die de loop volgt tot het schot.

2.3.5 Het overhalen van de trekker.

Je haalt de trekker over met je wijsvinger, de trekkervinger. Het meest gevoelige deel van je vinger is in het midden van het eerste vingerkootje. In je vingertop zitten de meeste tastzenuwen. Het midden van je vingertop zet je op de trekker, zodanig dat je vingertop haaks op de trekker staat. Zo kun je de trekker rustig recht naar achteren drukken en heb je geen beweging naar een linker of rechter zijkant.

Vinger haaks op de trekker.                                               

De afstand die je de trekker naar achteren kunt halen, bestaat uit een deel waarin niets gebeurt, de sleep, en uit een deel waarin wel iets gebeurt. Wat er dan gebeurt zal duidelijk zijn: het schot gaat af. Op het moment dat je het pistool boven het doel hebt geheven leg je je vinger op de trekker en haalt de sleep eruit: je haalt de trekker rustig naar je toe totdat je iets weerstand voelt. Dan hoef je de trekker nog maar iets naar achteren te halen en het schot gaat af. Je richt heel precies op doel met ingehouden adem en dan pas laat je het schot afgaan.

 2.3.6 De veilig ontlaad procedure van het pistool.

Als de baancommandant “Vast vuren” (of “Staakt het vuren”) roept moet je ONMIDDELLIJK stoppen met schieten en de veilig ontladen procedure toepassen. 

Het veilig ontladen pistool op de tafel voor je leggen en achter de brits gaan staan. Stoppen met schieten is een duidelijk commando, en dient direct uitgevoerd te worden.

De veilig ontlaad procedure heeft als doel ervoor te zorgen dat je wapen absoluut en voor iedereen zichtbaar leeg is, dat wil zeggen zonder patronen in het wapen, en veilig geopend en met de loop richting kogelvanger wijst.

Hoe doe je dat, veilig ontladen met een pistool?

Als eerste haal je de patroonhouder uit het wapen. De patroonhouder kun je beschouwen als de brandstof. In de patroonhouder zitten zoals de naam zegt de patronen. Je ‘weet dat een pistool repeteert, na elk schot wordt de lege huis uitgeworpen en een nieuwe patroon in de kamer geschoven. Dat gebeurt door de slede die naar achteren wordt gedrukt en door een veer weer naar voren schuift.

Als je de patroonhouder uit het wapen haalt kan er dus geen nieuwe patroon meer worden geladen in de kamer van het wapen. Je legt de patroonhouder voor je op de tafel. 

Vervolgens kijk je of er nog een patroon in de kamer zit. Dat kun je zien door gewoon in de kamer te kijken. Houd de loop hierbij in richting van de kogelvanger. Trek de slede naar achteren en kijk door de uitwerpopening. Mocht er nog een patroon in de kamer zitten dan wordt de patroon door de uitwerper, een randje met een veertje dat aan de slede vastzit, uit de kamer getrokken en door de uitwerpopening naar buiten het wapen gegooid. Als je de slede daarna weer loslaat schiet die door de druk van de veer naar voren.   Je kunt voorkomen dat de slede weer naar voren schiet door middel van de sledevangpal. Dit is een pen dat doorgaans aan de linkerkant van je pistool zit en dat je met je duim naar boven kunt drukken. Deze pen blokkeert de slede en kan dan als het goed is niet meer naar voren schieten. 

Dan kijk je of er geen patroon meer op in de kamer en de ruimte van de patroonhouder zit.

Als je de patroonhouder uit het wapen hebt gehaald en voor je op de tafel hebt gelegd, de slede naar achteren hebt gehaald en hebt geblokkeerd met de sledevangpal, gecontroleerd hebt dat er geen patroon in de kamer of op de hamer zit dan heb je de veilig ontlaad procedure toegepast en is het pistool gecontroleerd leeg. Je legt het wapen voorzichtig voor je op de tafel met de loop in de richting van de kogelvanger.

Vervolgens ga je achter de brits staan zodat de baancommandant kan zien dat je een paar meter van je wapen vandaan bent. Je moet achter de brits blijven staan totdat de baancommandant de baan weer vrij heeft gegeven, met het commando “Er kan weer geladen en geschoten worden” of “Baan vrij”.

 2.4 Het schieten met een pistool in de praktijk.

In volgende paragrafen wordt nu stapsgewijs uitgelegd wat de gehele procedure is om met het pistool in de praktijk te schieten.

Met punten welke in de voorgaande paragrafen zijn behandeld worden nu achter elkaar behandeld. 

Allereerst wordt ervan uitgegaan dat het pistool bij het schietbureau aan de schutter is afgegeven met het juiste kaliber. en dat deze zich nu op het toegewezen schietpunt bevindt met een nog gesloten koffer en een doosje munitie.

Voor wat betreft de juiste schiethouding verwijzen we naar de voorgaande paragrafen. Er wordt vanuit gegaan dat de schutter al in de juiste schiethouding staat!

2.4.1 Uitpakken van het pistool.

Ø  Open de pistoolkoffer een klein stukje en controleer de richting waarin de loop ligt. (draai de koffer eventueel om zodat de loop in veilige richting ligt, naar de kogelvanger).

Ø  Open nu de koffer volledig en pak het pistool met de niet-schiethand aan de loop uit de koffer

Ø  Pak nu met de schiethand het pistool bij de handgreep beet en trek met de niet-schiethand de slede naar achteren en druk de sledevangpal met de duim van de schiethand omhoog waardoor de slede naar achteren en de kamer open blijft staan.

Ø  Controleer nu of de kamer leeg is!

Ø  Leg het wapen met geopende kamer en met de loop in richting van de kogelvanger neer.

Ø  Pak nu het magazijn uit de koffer en leg deze naast je pistool op het schietpunt.

Ø  Sluit de koffer er leg deze achter je weg op de brits.

Ø  Pak 5 patronen en plaats deze in het magazijn. Leg hierna het magazijn weer neer.

 

2.4.2 In de hand nemen van het pistool.

Ø  Pak het pistool met de niet-schiethand op.

Ø  Open de schiethand en plaats de kok van het pistool in de palm van de schiethand.

Ø  Sluit nu de hand van boven naar beneden (middenvinger, ringvinger en pink).

Ø  De duim wordt nu langs de kolf gelegd (linkshandige links /rechtshandige rechts).

Ø  De wijsvinger dient langs de trekkerbeugel komen te liggen.

Ø  Niet te hard knijpen in de kolf!

 

2.4.3 Laden van het pistool.

Ø  Neem het klaarliggende magazijn met de 5 patronen en plaats deze in het pistool.

Ø  Sluit nu de kamer door de stede met de niet-schiethand iets verder naar achteren te trekken en daarna los te laten.

Ø  Het wapen is nu geladen en gereed voor gebruik. LET OP DIT IS NU EEN SCHERP WAPEN!

 

2.4.4 Afvuren van het pistool.

Ø  Laat het pistool rusten op de brits in veilige richting.

Ø  Breng het pistool tot net boven het schietpunt.

Ø  Laat nu het pistool langzaam zakken tot net onder de zwarte stip.

Ø  Denk om de ademhaling, zoals eerder besproken. Ø Denk om de keep en de korrel

Ø  Haal nu rustig de trekker over.

Ø  Nadat het schot is gevallen, NA RICHTEN!

Ø  Laat het pistool nu langzaam zakken tot op de brits. De loop in de richting van de kogelvanger.

Ø  Herhaal de punten 1 t/m 9 totdat alle schoten zijn afgevuurd.

Ø  Let op: Indien er tijdens het schieten calamiteiten zijn (flitslampen/ vast vuren) dan dient direct de veilig ontlaad procedure in paragraaf 1.3.6 gevolgd te worden!

 

 

Als een wapen weigert:

 

Wacht ten minste 30 seconden met de loop in de richting van de kogelvanger als een schot niet afgaat alvorens het wapen volgens de veilige ontlaad procedure wordt geopend en gecontroleerd.

 

2.4.5 Ontladen van het pistool.

Nadat het vijfde schot is gelost wordt voor het ontladen de procedure gevolgd zoals in paragraaf 1.3.6 staat beschreven.

 2.4.6 Opbergen van het pistool.

Nadat de schutter klaar is met schieten dient het pistool te worden opgeborgen. Hiervoor wordt eerst te werk gegaan volgens de procedure van paragraaf 1.3.6.

Hierna de kamer sluiten door de slede iets naar achteren te trekken en los te laten. Haal nu de trekker rustig over tot een klik hoorbaar is (omdat er geen patroon meer in het wapen zit en je de patroonhouder uit het wapen hebt gehaald hoor je alleen maar een klik.

Het pistool kan hierna met de loop in veilige richting in de pistoolkoffer worden opgeborgen. Als laatste wordt ook het LEGE magazijn in de pistoolkoffer teruggelegd waarna de koffer wordt gesloten. Na deze handelingen kan het pistool bij het schietbureau worden afgegeven.

2.5 Het overhandigen van een pistool aan een medeschutter.

Het kan voorkomen dat een medeschutter het pistool over wil nemen bij het schietpunt. Voor het overhandigen gaan we als volgt te -werk

Ontlaad het pistool volgens de veilig ontlaad procedure in paragraaf 1.3.6.

Laat kamer open (dus de slede naar achteren laten staan)

Houd de loop naar beneden waarbij je met de NIET schiethand de loop vast houdt

Vraag de baancommandant je wapen te controleren, waarbij deze IN de kamer kan kijken en dus zichzelf ervan kan overtuigen dat deze GEEN patroon bevat.

 2.6 Het opruimen van de baan na een schietbeurt.

Alvorens het pistool terug te brengen naar het telbureau dien je het schietpunt op te ruimen de verschoten hulzen in een van de hulzenbakken, de gebruikte kaarten in de papierbak en eventueel ander afval in de derde ton. Hier kun je lege munitiedoosjes en zo in kwijt. Op deze manier is de baan weer gereed voor een volgende schutter die dan niet eerst jouw rommel hoeft op te ruimen.

 

Dit hoofdstuk bevatte een heel hoop informatie welke je niet in één les in de praktijk hoeft te brengen. In de komende lessen gaan we veel oefenen en elke keer gaan we je meer leren van wat hier is beschreven. Je hoeft dus niet alles in een les te begrijpen en te kunnen uitvoeren.

 

Aantekeningen:

 

 

3 Revolver

 

3.1 Inleiding.

De revolver valt evenals het pistool onder de groep handvuurwapens.

De revolver is een handvuurwapen met een relatief korte loop en een rondraaiend magazijn (cilinder) waarin tussen de 4 tot 10 patronen kunnen zitten.

De revolver kan ‘worden onderverdeeld in een tweetal groepen, te weten:

Ø  single action revolvers

Ø  double action revolvers

 

3.2  Single action revolver.

Een single action revolver is een revolver waarbij de haan (zie afb. 1) voor elk schot vooraf met de nietschiethand dient te worden gespannen. Binnen de vereniging is dit ook de meest gebruikte methode waarmee wordt geschoten. Later in deze les wordt hier op teruggekomen.

De wat oudere revolvermodellen waarbij de trommel niet uit het frame wordt gescharnierd zijn vaak single action uitgerust. Het laden en ontladen vindt plaats via een zogenaamde laadpoort of opening bij de achterzijde van de cilinder.

 

 

3.3  Double action revolver.

Een double action revolver is een revolver waarbij het spannen van de haan (voor elk schot) mechanisch plaatsvindt door het overhalen van de trekker.

Meestal heeft dit soort revolvers een uitzwenkbare cilinder om het laden gemakkelijk te laten verlopen. Bij de double action revolver kan de haan ook met de hand worden gespannen in single-Action stand. De verenigingswapens zijn, op één na, alle double action revolvers, enkele leden hebben een single action revolver. Een double action revolver wordt doorgaans als single action gebruikt. Double action vergt teveel kracht, dit kan ten kosten gaan van de nauwkeurigheid

3.4  Kalibers.

Net als bij het pistool zijn er ook bij de revolver diverse merken en kalibers op de markt. Zo bestaan er.22 revolvers maar ook.454 exemplaren. Binnen het bestek van deze cursus gaat het echter te ver om alle verschillende kalibers te benoemen.

KKR = Klein Kaliber Revolver (.22) en GKR = Groot Kaliber Revolver (groter dan.22)

 

3.5  Laad- en ontlaad procedure van een revolver.

In vergelijking met een pistool vergt een revolver een wat andere werkwijze om te laden en te ontladen. De binnen de schietvereniging aanwezige verenigingsrevolvers hebben alle een cilinder voor maximaal 6 patronen.

 

 

 

De cilinder wordt echter met maar 5 patronen geladen (zie afb.)!  De reden hiervan is veiligheid Hierop wordt later in deze les teruggekomen.

 

3.5.1 Laden.

Voor het laden van een revolver wordt de volgende procedure doorlopen:

Ø  Houd de revolver met de loop in de richting van de kogelvanger.

Ø  Klap de cilinder open door de cilinder pal naar voren te duwen en tegelijkertijd de cilinder uit de revolver te drukken (per merk/ type revolver kan het overigens anders zijn en de bediening verschillen).

Ø  Neem 5 patronen en plaats deze in de cilinder.

Let op! De zesde patroonruimte in de cilinder blijft leeg. De reden hiervan is veiligheid. Een lege kamer of patroonruimte zal geen effect hebben als de haan ergens tegenaan stoot.

Ø  Sluit nu de cilinder door deze terug in de revolver te drukken. Zorg er voor dat de lege patroonruimte voor de slagpin zit.

Ø  De revolver is nu geladen en gereed voor gebruik.

 

De 5 patronen regel

Ø  Bij het laden van een 6-patroons revolver worden, zoals eerder in deze les is aangegeven, maar 5 patronen geplaatst. Dit is voor de veiligheid. Het spreekt voor zich dat een revolver met een mogelijkheid tot het laden van 5 patronen maar met 4 patronen wordt geladen.

Ø  De meeste ‘moderne’ revolvers hebben bij de slagpin, welke door de haan wordt ingedrukt om een schot af te laten gaan, een veiligheid waardoor het wapen bij bijvoorbeeld een eventuele val niet af kan gaan. Vertrouw hier echter nooit op een mechanische veiligheid, door slijtage kan deze weigeren.

Ø  Doordat na het laden de cilinder is gesloten, met de lege cilinderkamer voor de slagpin, is er een extra veiligheid ingebouwd voor het geval er iets met het wapen gebeurd.

 

3.5.2 Ontladen.

Het ontladen van een revolver is wezenlijk anders dan het ontladen van een pistool. 

Zoals uit les 1 duidelijk is geworden wordt bij een pistool na elk schot de lege huls uit de kamer geworpen terwijl bij een revolver de lege huls achterblijft in de cilinder waarna deze doordraait naar het volgende nog niet verschoten patroon. Nadat bij een revolver de 5 patronen zijn verschoten dient de cilinder te worden ontdaan van de lege huizen. Net zoals bij het laden van een revolver wordt ook bij het ontladen volgens een vaste procedure te werk gegaan.

De volgende stappen dienen te worden uitgevoerd voor het ontladen van een revolver:

Ø  Houd de revolver met de loop in de veilige richting (dat is de kogelvanger).

Ø  Klap de cilinder open door de cilinder pal naar voren te duwen.

Ø  Voorop de opengeklapte cilinder bevindt zich de zogenaamde uitstootstang.

Ø  Houd de revolver nu iets schuin naar achteren geheld (de loop dus een beetje schuin omhoog gericht) Ø Druk nu de uitstoot stang in waardoor de lege hulzen uit de cilinder worden geworpen.

Ø  Na het uitwerpen van de lege huizen kan de cilinder opnieuw worden gevuld (zie paragraaf 2.5.1) met 5(3) patronen of de revolver kan worden opgeborgen na het sluiten van de cilinder.

 

3.6 De veilig ontladen procedure van een pistool of revolver bij calamiteiten.

Zoals in hoofdstuk 1 besproken dient er in geval van calamiteiten (commando: “Vast vuren” of “Staakt het vuren” ) een veilig ontladen procedure gevolgd te worden. Deze procedure is voor de revolver vrijwel gelijk aan die van het pistool zoals aangegeven in paragraaf 2.5.2, echter wel met wat toevoegingen.

Afhankelijk of de haan van de revolver gespannen staat (dus klaar om te vuren) of dat het wapen net is afgevuurd, kunnen er 2 procedures gevolgd worden. Leer deze stappen uit het hoofd!:

 Haan staat gespannen:

Ø  Houd de revolver met de loop in de richting van de kogelvanger.

Ø  Met de duim van de niet-schiethand de haan tegenhouden.

Ø  De trekker rustig overhalen en vervolgens de haan rustig en beheerst terug in het wapen laten zakken.

Ø  Klap de cilinder open door de cilinder pal naar voren te duwen en tegelijkertijd de cilinder uit de revolver te drukken (per merk/ type revolver kan het overigens zijn dat de cilinder pal anders bediend moet worden).

Ø  Voorop de opengeklapte cilinder bevindt zich de zogenaamde uitstootstang.

Ø  Houd de revolver nu iets schuin naar achteren geheld (de loop dus een beetje schuin omhoog gericht).

Ø  Druk nu de uitstootstang in waardoor de lege huizen en de eventuele volle patronen uit de cilinder worden geworpen.

Ø  Leg de revolver met geopende cilinder en met de loop in de richting van de kogelvanger voor je neer.

Ø  Loop van het wapen weg en ga achter de brits staan!

Ø  Wacht op verdere instructies van de baancommandant!

 

Haan staat NIET gespannen:

De procedure is gelijk aan de procedure waarbij de haan gespannen staat echter de punten 2 en 3 hoeven NIET uitgevoerd te worden.

3.7 Het schieten met een revolver.

In dit hoofdstuk wordt stapsgewijs uitgelegd wat de gehele procedure is om met de revolver te schieten.

Alle punten welke in de voorgaande hoofdstukken zijn behandeld worden nu in de praktijk gebracht. In dit hoofdstuk wordt ervan uitgegaan dat de revolver bij het telbureau aan de schutter is afgegeven en dat deze zich nu op het schietpunt bevindt met een nog gesloten koffer er een doosje munitie.Voor wat betreft de juiste schiethouding, deze is identiek aan die van het pistool. Het enige verschil is dat bij het vasthouden van de revolver de pols van de schiethand iets voorover is geknikt. De schiethouding wordt in dit hoofdstuk verder niet behandeld. Er wordt vanuit gegaan dat de schutter al in de juiste schiethouding staat! Kijk nog eens bij hoofdstuk 1.3.1 de nulstelling.

3.7.1 Uitpakken van de revolver.

Ø  Open de revolverkoffer een klein stukje en controleer de richting waarin de loop ligt. (draai de koffer eventueel om zodat de loop in veilige richting ligt, naar de kogelvanger).

Ø  Open nu de koffer volledig en pak de revolver met de niet-schiethand aan de loop uit de koffer

Ø  Druk nu met de duim van de schiethand de cilinder pal omhoog en druk tegelijkertijd met de wijsvinger de cilinder naar buiten. De cilinder kan nu worden gecontroleerd op aanwezige munitie.

Ø  Leg het wapen nu met de loop in veilige richting en geopende cilinder neer.

Ø  Pak 5 patronen en leg deze bij de revolver.

3.7.2 In de hand nemen van de revolver.

Ø  Pak de revolver bij de loop op met de niet-schiethand.

Ø  Open de schiethand en plaats de kolf van de revolver in de palm van de schiethand.

Ø  Sluit nu de hand van boven naar beneden (middenvinger, ringvinger en pink.)

Ø  De duim wordt nu langs de kolf gelegd (linkshandige links/ rechtshandige rechts) Ø De wijsvinger dient langs de trekkerbeugen te komen liggen (gelijk aan pistool) Ø Niet te hard in de kolf knijpen!

3.7.3 Laden van de revolver.

Ø  Neem nu de klaarliggende 5 patronen en plaats deze in de cilinder.  Let op! De zesde patroonruimte in de cilinder blijft leeg.

Sluit nu de cilinder door deze terug in de revolver te drukken. Echter met de lege patroonruimte voor de slagpin.

Ø  Het wapen is nu geladen en gereed voor gebruik.

3.7.4 Afvuren van de revolver.

Ø  Laat de revolver rusten op de brits in veilige richting.

Ø  Haal nu met de duim van de niet-schiethand de haan naar achteren tot een klik hoorbaar is.

Ø  Breng de revolver tot net boven het schietpunt.

Ø  De trekkervinger mag nu op de voorzichtig op de trekker gelegd worden.

Ø  De pols dient iets voorover gebogen te worden om de loop horizontaal te krijgen!

Ø  Laat nu de revolver langzaam zakken tot net onder de zwarte stip. Ø Denk om de ademhaling, zoals besproken bij het pistool in les 1 Ø Denk om de keep en korrel.

Ø  Haal nu rustig de trekker over.

Ø  Nadat het schot is gevallen, NARICHTEN!

Ø  Haal de trekkervinger van de trekker en leg de vinger langs de trekkerbeugel.

Ø  Laat de revolver nu langzaam zakken tot op de brits. De loop in veilige richting. Ø Herhaalde punten 2 t/m 12 totdat alle schoten zijn afgevuurd.

Ø  Let op: Indien er tijdens het schieten calamiteiten zijn (commando: “Vast vuren”), dan dient direct de procedure in paragraaf 2.5.2 uitgevoerd te worden!

 

 

Als een wapen weigert:

 

Wacht  tenminste 30 seconden met de loop in de richting van de kogelvanger als een schot niet afgaat alvorens het wapen volgens de veilige ontlaad procedure wordt geopend en gecontroleerd.

 

3.7.5 Ontladen van de revolver.

Nadat het vijfde schot is gelost wordt voor het ontladen de procedure gevolgd zoals in paragraaf 2.5.2 staat beschreven.

3.7.6 Opbergen van de revolver.

Nadat de schutter klaar is met schieten dient de revolver te worden opgeborgen.

Hiervoor wordt eerst te werk gegaan volgens de ontladen procedure van paragraaf 2.5.2.

Hierna de cilinder sluiten en het wapen met de loop in veilige richting in de revolverkoffer opbergen. Na deze handelingen kan de revolver bij het schietbureau worden afgegeven. Vergeet niet je baan op te ruimen.

 

3.8 Het overhandigen van een revolver aan een medeschutter.

Het kan voorkomen dat een medeschutter de revolver over wil nemen bij het schietpunt. De procedure hiervoor is vergelijkbaar met die van het pistool in hoofdstuk 1. Echter ook hier zijn enige afwijkingen:

Ontlaad de revolver volgens de veilig ontladen procedure in paragraaf 2.5.2.

Laat de cilinder open en steek de wijsvinger door de cilinderopening

Houd de loop naar beneden, met de kolf naar de medeschutter toe

Overhandig nu de revolver aan de medeschutter waarbij deze op de cilinder kan kijken en dus zichzelf ervan kan overtuigen dat deze GEEN patronen bevat.

De wijsvinger door de cilinderopening heeft tot doel dat de cilinder zich niet kan sluiten bij het overhandigen; hierdoor worden mogelijk gevaarlijke situaties voorkomen.

 

 

Aantekeningen:

 

4 Geweer

 

4.1 Inleiding.

Les 4 behandelt het schieten met een klein kaliber matchgeweer. In deze les zullen we je kennis laten maken met deze tak van de schietsport.

Zoals in Les 1 is verteld is de gehele introductiecursus bedoeld om je veilig met een wapen te leren omgaan en ligt de nadruk op pistool en revolver en natuurlijk op de veiligheid. We willen je echter toch in deze cursus de basis van het geweer schieten bijbrengen zodat je na de introductiecursus zelf een keuze kunt maken waarmee je verder wilt gaan. Deze les bevat (veel) meer informatie dan je nodig zult hebben voor het examen.

4.2 Wat is een klein kaliber geweer?

Een klein kaliber geweer is een geweer dat geschikt is voor het afvuren van .22 patronen. Deze normering geldt voor de schietsport. Bij defensie is alles beneden punt 50 klein kaliber.

 

 

 

 

.22 Randvuur patronen

KKG  = Klein Kaliber Geweer (.22) en GKG = Groot Kaliber Geweer (groter dan.22)

4.2.1 Soorten.

Een klein kaliber geweer is onderverdeeld in een drietal soorten:

Ø  Automatische geweren (voor de schietsport niet toegestaan).

Ø  Half- automatische geweren.

Ø  Grendelgeweren.

 

Grendelgeweren zijn er voor de jacht en de schietsport en zijn leverbaar met- en zonder patroonhouder. De .22 wedstrijdgeweren zijn altijd enkelschots geweren. Dit betekent dat het geweer geen patroonhouder heeft en na elk schot herladen en vergrendeld dient te worden.

 4.2.2 Klassen.

Wedstrijdgeweren zijn er in verschillende klassen, uitgevoerd met een eenvoudige niet verstelbare houten kolf tot aluminium en kunststof uitvoeringen met allerlei verstelmogelijkheden. De prijzen voor een nieuw wedstrijdgeweer lopen uiteen van 

€ 1000, - voor een eenvoudig geweer tot vele duizenden euro’s voor een ‘state of the art’ model. Maar de basis van een dergelijk geweer blijft altijd gelijk: een loop, een grendelsysteem en een trekkermechanisme. Deze zijn nagenoeg onverslijtbaar, daarom kan een gebruikt geweer een goede mogelijkheid zijn om met klein kaliber geweerschieten te beginnen.

 

 

 

                 

Wedstrijdgeweer met houten kolf.

                                                                                                          Wedstrijdgeweer met aluminium kolf.

4.3 Kenmerken van een klein kaliber geweer

Het klein kaliber geweer zoals we dat in deze cursus gaan gebruiken is een houten wedstrijdgeweer.

Deze heeft een aantal kenmerken:

Ø  Het is zwaar. Het geweer weegt 5 ½ kilogram.

Ø  Het is een enkel schotgeweer.

Ø  Het heeft andere richtmiddelen dan je gewend bent van het pistool.

Ø  Je houdt het wapen anders vast dan een pistool.

Ø  Het geweer heeft een HEEL gevoelige trekker.

 

4.3.1 Gewicht

Aan het gewicht moet je gewend raken. Het wennen kan op één manier en dat is door veel geweer te schieten. Je zult dan merken dat het geweer het juiste gewicht heeft om heel zuiver te schieten. Op een afstand van 50 meter zijn 5 treffers op een oppervlakte van een eurocent heel goed mogelijk!

4.3.2 Enkelschots geweer

Zoals in paragraaf 3.2.1 is aangegeven, is een wedstrijdgeweer een enkelschots geweer wat inhoudt dat na elk schot met de hand een nieuwe patroon geplaatst dient te worden. Tevens wordt de lege huis na het schot NIET automatisch uit de kamer geworpen zoals bij een half- automatisch geweer of pistool.

Voor het plaatsen van een nieuw patroon en het verwijderen van de lege huis na het schot moeten we ‘ontgrendelen en weer grendelen’. (Ont-)grendelen werk als volgt:

Rechts van het geweer, boven en voor de trekker, zit een stalen pin met een knop, dit is de zogenaamde grendelpal. Deze grendelpal zit op zijn beurt aan de grendel vast. De grendel is open als je het geweer van bijvoorbeeld je instructeur aangereikt krijgt. Als de grendel open staat kun je in de achterkant van de loop kijken, deze opening in de loop heet de kamer. In deze opening komt de.22 patroon opgesloten te zitten zodat deze afgeschoten kan worden. Dat doe je door een patroon in de opening te leggen (met de kogelpunt naar voren!) en de grendel met je rechterhand naar voren te schuiven tot die niet verder meer gaat en dan naar beneden. Dit heet grendelen. Na het schot ontgrendel je het geweer door de grendelpal naar boven en naar achteren te halen, de lege huls springt hierdoor uit het geweer en je kunt weer een nieuwe patroon laden.

Door te grendelen span je ook de trekker. Als de trekker is gespannen steekt er een klein pinnetje uit de achterkant van de grendel, dat is de slagpen. Deze schiet een eindje in de grendel als je de trekker overhaalt.

 

 

 

 

4.3.3 Richtmiddelen

Een wedstrijdgeweer is uitgevoerd met een zogenaamde diopter. Met dit type richtmiddel kan zeer nauwkeurig worden gericht. De diopter werkt als volgt:

Vooraan het geweer, boven de trekker, zie je het zogenaamde diopter Afhankelijk van het model is dit meestal een blokje met twee knoppen eraan, een knop bovenop en een knop aan de rechterkant. Aan de voorkant van de diopter zit een schijfje (met of zonder oogdop erop) met in het midden een gaatje, hier kijk je doorheen.

 

 

Door het verdraaien van de knoppen kun je het diopter zowel horizontaal als verticaal heel precies regelen. Als je de knoppen op de diopter verstelt zul je merken dat dit niet vloeiend gaat maar met ‘klikken’.

Een klik verschuift de diopter met een vaste afstand. Hoe beter/duurder de diopter, hoe fijner de verstelling per klik. Op deze manier kun je altijd je oorspronkelijke instelling weer terugvinden door het aantal verstelde klikken te onthouden. Dit is van belang als je wedstrijden op verschillende afstanden gaat schieten. Aan het uiteinde op de loop is een buisje gemonteerd. Dit buisje is aan beide kanten open en heet korreltunnel In deze korreltunnel zit de korrel gemonteerd. Dit is of een glaasje met een opening in het midden of een zwart metalen ringetje. De zwart metalen korreltjes zijn er in diverse uitvoeringen. Binnen onze vereniging gebruiken we alleen de korrel met de opening in het midden.

 

Als je nu door het diopter kijkt en tegelijk door het openingetje in de korreltunnel vooraan op de loop, dan kun je het wapen richten.

De afstand waarop tijdens de introductiecursus wordt geschoten is 25 meter. Om deze afstand te kunnen schieten wordt er gebruik gemaakt van speciale kaarten, de zogenaamde klein kaliber 25 meter schijven.

Als je nu met het geweer op zo’n kaart richt en je kijkt via het diopter en de korreltunnel naar de kaart op 25 meter dan is hier een zwarte stip zichtbaar. De hiervoor beschreven korrel is nu zodanig gekozen dat als je op 25 meter afstand de zwarte stip op de 25 meter schijf in het midden van dat gaatje ziet er nog een randje wit eromheen te zien is.

Als je nu zorgt dat dit witte randje overal even groot is als je de trekker overhaalt, schiet je een 10 (als het diopter goed is afgesteld voor jouw oog!). Dat afstellen doe je door die twee knoppen op het diopter te verdraaien

MAAR NIET MET DE VERENIGINGSGEWEREN! 

De verenigingsgeweren zijn afgesteld voor het ‘gemiddeld’ oog en moeten voor iedereen te gebruiken zijn. Om deze reden hoef je met de verenigingswapens niet midden in de roos te schieten. We willen wel graag groepjes zien, de kogelgaten bij elkaar. Het maakt niet uit waar ze op de kaart zitten, als ze bij elkaar zitten is dat goed. Als je later een eigen geweer zou hebben kun je dat wapen zodanig voor jouw oog afstellen dat je tienen kunt schieten.

Verderop in deze les zal worden beschreven hoe je een klein kaliber geweer vasthoudt en de trekker moet overhalen, kortom hoe je met een klein kaliber geweer op de juiste wijze moet schieten.

 

4.4 De schiethoudingen.

Er zijn drie schiethoudingen voor het geweer:

Ø  Staand.

Ø  Knielend.

Ø  Liggend.

 

De liggende houding heeft een aantal voordelen boven knielend en staand, het is een zeer stabiele houding en een beginnende schutter behaalt snel resultaat. Daarom wordt in de introductiecursus alleen kennis gemaakt met de liggende houding. Na de introductiecursus, als je het examen hebt gehaald, kun je altijd één van de instructeurs vragen om meer informatie over de staande en knielende houding. Natuurlijk kun je ook over de liggende houding vragen stellen als je dat wilt. In de volgende paragrafen wordt beschreven hoe te schieten in de liggende schiethouding.

 

4.4.1 De liggende houding.

De gehele introductiecursus gaat uit van een rechtshandige schutter aangezien de meeste mensen rechtshandig zijn. Een linkshandige schutter verricht de handelingen precies andersom.

Er zijn 5 punten waar je op dient te letten:

Ø  De lichaamshouding.

Ø  De steunarm en steunhand.

Ø  Het inzetten van het geweer.

Ø  De ademhaling.

Ø  Het overhalen van de trekker.

 

1.De lichaamshouding

Ga op je buik op de brits liggen, zodanig dat je lichaam een hoek van ongeveer 30 graden maakt met de schietrichting.

Je geweer ga je straks ‘in’ je schouder zetten, met je rechteroog kijk je over de geweerloop door het diopter om te kunnen richten. Je hoofd moet je daarbij rechtop houden. Omdat je schouder naast je hoofd zit en niet eronder zul je iets moeten doen om dat voor elkaar te krijgen.

Daarom ga je onder een hoek van 30 graden liggen, dan draai je vanzelf goed achter je geweer. Dit doe je door met je schouders rechts van het midden te gaan liggen en met je linkerbeen op de linkerkant van de brits. Je linkerbeen moet daarbij gestrekt blijven en ‘recht achteruit’ liggen. Je rechterbeen buig je door je knie iets op te trekken. Doordat je de knie optrekt komt je buik iets boven de brits. Hierdoor haal je gemakkelijker adem en worden de ademhalingsbewegingen minder doorgegeven aan het geweer. Je moet je ademhalingsbewegingen in het geweer blijven zien. De binnenkant van je rechtervoet ligt op de brits, dat gebeurt vanzelf als je in de schiethouding gaat liggen. Je linkervoet kun je op de buitenkant, op de wreef of op de punt van je schoen laten rusten. Doe wat je het gemakkelijkst vindt. Ook kun je de linkervoet over de rand van de brits laten hangen.

 

2. De steunarm en steunhand

Het geweer weegt 5½ kilo, dit gewicht dient op een goede manier worden ondersteund. Hiervoor wordt de volgende methode gehanteerd:

Leun op je ellebogen en leg je vuisten tegen elkaar onder je kin. Je linker elleboog zet je dan tegen je rechtervuist aan. De linker arm wordt de steunarm genoemd. Op deze manier zorg je dat je arm vrijwel recht onder het geweer komt. Door de spanning in je armspieren wordt je onderarm al een beetje opgetild, dit helpt mee in het dragen van het geweer.

Je linkerhand is de steunhand, de hand waar het geweer in komt te liggen. Die houd je met de handpalm naar boven. Het geweer komt op de muis van je hand te liggen, langs de duim. Je vingers houd je losjes rond het voorhout (het hout onder de loop), niet knijpen in het geweer.

 

3. Het inzetten van het geweer

Je pakt het geweer met de rechterhand vast en legt het op je linkerhand. De kolf zet je in het kuiltje tussen je schouder en je sleutelbeen. Met je rechterarm maak je een wijde boog om de plooien uit je kleding te halen en pakt met de rechterhand het geweer bij de greep vast, de wijsvinger gestrekt langs de trekkerbeugel. Op deze manier komt je elleboog ongeveer op de goede plaats te staan. Je hoofd houd je rechtop, als je dat niet doet word je eerder moe en gaat de concentratie snel achteruit.

Als je de bovenstaande stappen hebt uitgevoerd zou je nu in de nulstelling moeten liggen, dit is de ontspannen houding ‘waarin de korrel in het centrum van de schijf staat (zie paragraaf 3.3.3.). Je kunt nog iets bijsturen om de nulstelling te bereiken als je voor je gevoel nog niet de optimale houding hebt gevonden. De instructeur kan je hierbij helpen.

 

4. De ademhaling

Als je het geweer op je doel richt en door het diopter, het vizier, heen kijkt zie je dat de loop iets omhoog gaat als je inademt en weer daalt als je uitademt. Hiervan ga je gebruik maken bij het schieten.

Je gaat zodanig liggen dat als je hebt ingeademd het geweer iets boven de schijf is gericht. Door uit te ademen zakt het geweer iets. Op het moment dat je de schijf precies midden in het vizier hebt houd je de adem vast. Richt nauwkeurig en haal je met de wijsvinger de trekker rustig naar je toe.

 

5. Het overhalen van de trekker

Een klein kaliber matchgeweer is een wedstrijdgeweer met een heel lichte trekkerdruk. Toch is het mogelijk om eerst de sleep uit de trekker weg te halen en pas af te drukken als je zuiver hebt gericht. Dit kun je leren door te oefenen na je examen, daar hoef je nu dus nog niet op te letten.

De sleep haal je weg door heel voorzichtig de trekker naar je toe te halen totdat je iets weerstand voelt. Als je de trekker nog heel iets meer naar je toe haalt gaat het schot eruit. Dit kun je met enige oefening precies bepalen zodat het schot er pas uit gaat op het moment dat je zuiver op de schijf hebt gericht.

Na het schot blijf je nog even (ongeveer 2 seconden) in de schiethouding liggen, dit heet narichten. Narichten doe je omdat de kogel, als deze de loop verlaat, niet zo’n hoge snelheid heeft. Zo’n 300 meter per seconde (een vergelijking: een groot kaliber .223 patroon in een AR15 heeft een vO -de snelheid van de kogel bij het verlaten van de loopmonding- van ongeveer 1000 meter per seconde. Als je meteen na het schot het geweer beweegt kun je de kogel nog een klein beetje een afwijking geven zodat je de 10 (en misschien wel de kaart) mist. Ook kun je aan de beweging van de loop zien of je goed geschoten hebt. Als het schot af gaat maakt de loop een kleine beweging naar boven. Als het goed is maakt de loop bij elk schot dezelfde kleine beweging. Als dit niet zo is dan doe je iets verkeerd. Maar ook dit is iets voor als je wat meer geoefend bent in het geweerschieten en is dan ook niet voor deze introductiecursus bedoeld.

 

4.5 De veiligheid.

Als je op het telbureau een geweer vraagt neem je dat zelf mee naar het schietpunt..

Voordat je ermee gaat lopen kijk je of het wapen veilig is, of de grendel geopend is. Zo niet (mag eigenlijk niet voorkomen maar toch...) dan open je de grendel alsnog.

Een geweer vervoer je op de schietbaan met de grendel open. Dit doe je zodat iedereen in het geweer kan kijken en kan zien dat het geweer niet geladen is. De loop houdt je natuurlijk omhoog richting plafond. Op het schietpunt aangekomen leg je het wapen op de brits met de loop richting de kogelvanger en je zorgt ervoor dat de loop te allen tijde in deze richting blijft wijzen.

Als je het geweer aan een medeschutter wilt overhandigen dan geef je het wapen over met de grendel geopend en naar de ander toe en de loop schuin naar boven gericht.

Als je een geweer van een medeschutter aanneemt dan moet je in de kamer kunnen kijken. Dat betekent dat dan de grendel geopend is. Een geweer met gesloten grendel mag NOOIT van een medeschutter aangenomen worden.

Na het schieten controleer je of het geweer veilig is en laat je de grendel geopend. Met de loop weer in de veilige richting loop je naar het rek en zet je het geweer weg.

Als een wapen weigert:

 

Wacht tenminste 30 seconden met de loop in de richting van de kogelvanger als een schot niet afgaat alvorens het wapen volgens de veilige ontlaad procedure wordt geopend en gecontroleerd.

 

4.6 Nog enige opmerkingen

Het geweerschieten gaat je wellicht enige moeite kosten: het geweer is zwaarder dan je had verwacht, je moet in een bepaalde houding liggen, op je ellebogen steunen en ook nog aan alle nodige handelingen denken. Ook kan je morgen spierpijn hebben omdat je spieren gaat gebruiken die je anders niet op deze manier belast. Geen paniek, bijna iedereen heeft daar last van gehad toen hij of zij begon met het geweerschieten.

We hebben in deze les niet over alles gesproken dat van belang kan zijn als je met geweerschieten verder wilt gaan. Een aantal hulpmiddelen is onmisbaar als je wedstrijden wilt gaan schieten maar die heb je niet nodig als je gewoon voor je plezier gaat geweerschieten. Laat je hoofd dus niet op hol brengen door schutters die je allerlei, soms dure, hulpmiddelen aanpraten omdat zij daar zelf zo “goed” mee schieten. Vraag eventueel advies aan een instructeur op de vereniging alvorens tot aanschaf over te gaan.

De handstop zit onder aan het geweer in een rails geklemd. Daardoor is de plaats van de handstop verstelbaar. De handstop zorgt ervoor dat de linkerhand niet wegschuift en meer steun heeft bij het vasthouden van het geweer.

  

 

Handstop                                                                              Schietriem

 

De schietriem is een (meestal lederen) riem waarvan het ene eind rond de linker bovenarm wordt vastgemaakt en het andere eind aan de handstop wordt vastgeklikt. Deze riem maakt het richten een heel stuk gemakkelijker doordat het geweer stiller kan worden gehouden en het gewicht van het wapen voor een deel door de riem wordt opgevangen.

Een schiethandschoen is gemaakt van een stevig materiaal, leer of kunststof. De schiethandschoen dempt de hartslag van de slagader in je hand zodat die niet (of in ieder geval minder) wordt doorgegeven aan het geweer en dus wordt voorkomen dat het geweer mee gaat bewegen op het ritme van je hartslag. Tevens heeft de schiethandschoen tot doel te voorkomen dat de schietriem je schiethand afklemt. De schietriem wordt namelijk aan de handstop bevestigd en voor betere stabiliteit van het geweer achter je schiethand langs gevoerd.

Een schietjas is gemaakt van stevig leer of canvas en heeft voorzieningen om de schietriem te bevestigen. Het stijve en niet rekbare materiaal zorgt ervoor dat je nog beter in de goede schiethouding blijft, dit vergroot de precisie van de schoten.

Een schietpet houdt overtollig en vaak hinderlijk licht uit je ogen, dit is een pet met een lange klep en flappen aan de zijkanten zodat je alleen vooruit kunt kijken. Meer hoef je niet te zien als je aan het schieten bent.

Schietpet

Een schietbril is een veiligheidsmiddel en zodoende belangrijk als bescherming voor je ogen. Geel gekleurde glazen kunnen contrastverhogend werken zodat je de kaart iets beter kunt zien. Voor kleinkaliber geweerschieten wordt voor brildragende schutters veelal een systeem toegepast met een enkel glas. Dit glas kan haaks op de schietrichting worden gedraaid en tevens recht voor de pupil. Hierdoor ontstaat een minimale vertekening van het richtbeeld.

 

 

Schietbril voor Klein Kaliber Geweer

  

Een schietbroek en schietschoenen geven nog meer steun bij het schieten.

 

Schietschoen

 

De hiervoor opgenoemde hulpmiddelen worden bij de introductiecursus niet gebruikt aangezien het afstellen ervan veel tijd in beslag neemt en ze voor de basis van het geweerschieten niet belangrijk zijn. Militair geweerschutters maken niet of nauwelijks gebruik van dergelijke hulpmiddelen. Als je door wil gaan met geweerschieten kun je na de cursus een instructeur vragen om meer informatie.

  

10 stappen plan KNSA Pistoolschieten

Staan  

( Schouderbreedte of heupbreedte, parallel, ontspannen, bekken naar voren kantelen, knieën op slot)                                                 

 

Lichaamshouding (t.o.v. doel) 

(Voeten,schouders, heupen recht boven elkaar. Vrije arm bij navel. Hoofd recht)

Nulstelling (evenwichtige spierspanning)

(10-15 droge aanslagen. V tussen duim en wijsvinger uitlijnen op doel. 5 seconden ogen afwenden. (kijken naar schiethand) Daarna richtmiddelen controleren. Corrigeren door draaiing over bal van voorste voet)

 

Vastpakken (aangeven met niet-schiethand)

(middel- en ringvinger dragen het gewicht, trekkervinger vrij)

Ademhaling (eerst buik, dan lichte borst) (Voor het heffen eerst één maal diep)

 

       (neus in,mond uit                borstadem                                       3-5 sec       1-2 sec. narichten)

Wapen op het doel brengen en houden

(niet te ver indalen, korrel juist in keep, korrel scherp, trekkervoordruk wegnemen. 

Een keer met de ogen knipperen)

 

 

Richten (1 lijn van oog,keep,korrel en visueel. Beide ogen open of 1 oog maskeren)

(Korrel (en keep) scherp, de rest wazig)

Trekkertechniek

(voorste kootje midden op trekker, 90 graden. Trekkervinger verder vrij. Tijdens adempauze druk opbouwen tot schot valt)

 

Narichten (1-2 seconden)

(rustig schietritme, vermijden trekkerfouten en fouten signaleren/corrigeren)

 

Afzetten (met gestrekte arm naar beneden, richtbeeld en houding realiseren, rustig doorademen)

 

Aantekeningen:

 

Geweerschieten, staande houding (rechtshandige schutter)

 

Staan   

(binnenkant voeten is buitenkant schouders, knieën fixeren, voetzolen gelijk belast, passende schoenen, geen gymschoenen)

   A = schietrichting           

 

Lichaamshouding

 

(heup parallel aan schietrichting, schouderlijn 20 graden gedraaid, bilspieren aanspannen bij indraaien om heup niet te verdraaien.

Steunhand recht onder wapen, elleboog op heup, geen bicepsspanning)

Inzetten van geweer

(schouderhaak in schoudergewricht plaatsen met trekkerhand, trekkerhand met ruime boog naar trekkerbeugel en greep stevig beetpakken, steunhand plaatsen, wapen eventueel kantelen, hoofd rechtop op wangstuk)

Nulstelling

 

(hoger/lager eerst met steunarm, daarna breedte van staan aanpassen,  horizontale correctie met voorvoet, waarna houding weer corrigeren)

 

 

Ademhaling

 

 

Het richten

 

(voor het richten bevochtigen oogbol door knipperen waardoor scherpte toeneemt, van boven inkomen op doel, midden door diopter kijken, ringkorrel scherp)

 

 

Trekkertechniek

 

(pistoolgreep stevig omvatten, trekkervinger wordt onafhankelijk gestuurd, zowel voorweg- als directe trekkertechniek proberen)

 

Narichten

 

(enkele seconden trekker vasthouden, nulstelling controleren en eventuele gelijksoortige opslag herkennen, schotprocedure wordt rustiger door narichten en fouten gesignaleerd)

Geweerschieten, knielende houding (rechtshandige schutter)

Lichaamshouding