Bestuursbulletin Jaargang 15
oktober 2012

Brief Minister aan TK inzake aanvraagproces wapenverloven
De Minister van Veiligheid en Justitie heeft in een brief van 26 september 2012 de Tweede Kamer nader geïnformeerd omtrent het aanvraagproces en het toezicht op wapenverloven. De brief is hier te downloaden.

Het KNSA-bestuur heeft inmiddels van de brief kennisgenomen en heeft daarover ook zijn opvatting aan het Ministerie kenbaar gemaakt. Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste onderwerpen die in deze brief worden vermeld.

1.    Aanvraag wapenverlof

De Minister van Veiligheid en Justitie is voornemens, in overleg met het Ministerie van VWS, om voor toekomstige verlofaanvragen een psychologische computertest te introduceren. Deze test heeft tot doel, aldus de Minister, om op basis van gedefinieerde risicofactoren, te voorkomen dat ongewenste personen op grond van hun psychische gesteldheid, over een wapenverlof gaan beschikken. De inhoud van die computertest is nog niet bekend, die moet nog ontwikkeld worden; het ziet er wel naar uit dat het zogenaamd “register van de Wet Bopz” (gedwongen opnames) onderdeel gaat uitmaken van die psychologische test en dus van de screening voor toekomstige verlofhouders. Aangezien de ontwikkeling van die test nog enige tijd zal duren, is de Minister voornemens in die tussentijd een zogenaamde “vragenlijst” te introduceren; een vragenlijst die eveneens toetst op de gedefinieerde risicofactoren. De KNSA heeft het Ministerie laten weten tegenstander te zijn van deze vragenlijst, omdat die kan leiden tot een te grote beslissingsvrijheid van de politie en tot arbitraire beslissingen.

Een onderdeel tevens van het nieuwe aanvraagproces moet worden de verplichte opgave van drie referenten. De aanvrager van een wapenverlof zal in de toekomst bij de aanvraag drie personen moeten opgeven waarvan één afkomstig uit de schietsport, één uit de sociale omgeving en één naar eigen keuze, die indien nodig c.q. bij twijfel door de politie geraadpleegd kunnen worden. De KNSA heeft de Minister laten weten dat zij zich slechts kan vinden in referenten uit de schietsport en niet uit de privésfeer c.q. de sociale omgeving. De Minister heeft bepaald dat wanneer de politie gerede twijfel heeft omtrent de geschiktheid voor het bezit van vuurwapens bij de aanvrager, zo nodig een verklaring van een arts kan worden verlangd. Overigens bestaat die mogelijkheid ook al in de huidige Circulaire wapens en munitie.

De KNSA heeft er bij het Ministerie op aangedrongen hieraan toe te voegen dat het verkrijgen van die verklaring wel mogelijk moet zijn. Er zijn immers nu gevallen bekend waarin een dergelijke verklaring aan een potentiële verlofhouder wordt gevraagd en artsen weigeren die verklaring af te geven.

2.    Thuiscontroles

De Minister is voornemens om vast te leggen dat thuiscontroles voor verlofhouders tot de 25-jarige leeftijd jaarlijks moeten plaatsvinden en voor verlofhouders van 25 jaar en ouder eens per drie jaar. De KNSA heeft ernstig bezwaar gemaakt tegen het voornemen van de Minister om een eventuele binnentredingsbevoegdheid voor de politie te creëren. Op dit moment kan een verlofhouder een thuiscontrole weigeren wanneer dat hem of haar niet uitkomt. U moet daarbij denken aan situaties waarbij de verlofhouder zijn/haar verjaardag viert en het huis vol met gasten is. De KNSA heeft het Ministerie erop gewezen dat wanneer de politie het vermoeden heeft dat de thuiscontrole verscheidene malen wordt geweigerd zonder dat daarvoor een goede reden is, zij nu al de mogelijkheid heeft tot intrekking van het verlof over te gaan en een binnentredingsbevoegd- heid daarvoor niet nodig is. Bovendien zou die bevoegdheid een grote aantasting van de vrijheid en privacy van burgers, tevens verlofhouders zijnde, betekenen en is het een aantasting van hun grondrecht.

3.    Verklaring Omtrent het Gedrag

In de brief van de Minister kondigt hij aan te onderzoeken om de afgifte van een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) aan een bredere screening te onderwerpen. Dat wil zeggen dat behoudens het justitiële documentatie- register, daarbij ook andere bronnen zoals politieregisters en mogelijk zelfs het register volgens de Wet Bopz (gedwongen opname) betrokken worden. Daarvoor is een aanpassing van de Wet- en regelgeving noodzakelijk.

De Minister kondigt tot slot aan dat hij bovengenoemde wijzigingen c.q. maatregelen, waarvoor wijzigingen in Wet- en regelgeving noodzakelijk zijn, tracht per 1 januari 2013 in werking te laten treden.

Nieuwe CWM 2012 II
De Minister van Veiligheid en Justitie heeft een gewijzigde Circulaire wapens en munitie 2012 II vastgesteld die per 1 oktober 2012 in werking treedt. Veel wijzigingen daarin waren al in een eerder stadium in brieven van de Minister aangekondigd, zoals een opbouw in wapentypes op basis van ervaring, verplichte wedstrijddeelname, certificering, enzovoorts. Klik hier voor deze nieuwe circulaire. Hieronder volgt een nadere uitleg over de belangrijkste wijzigingen die de sportschutters aangaan, door onze Juridisch Adviseur mr. P. Hoogeveen.

1.    OPBOUW IN WAPENTYPES (in drie fasen)
Voor de aanvraag van een verlof tot het voorhanden hebben van een vuurwapen dient de aanvrager een redelijk belang te hebben. Dat redelijk belang werd tot nu toe ingevuld door de volgende voorwaarden:

  • de aanvrager is minimaal een jaar  lid van een bij de KNSA aangesloten schietvereniging;
  • hij beoefent een schietsportdiscipline die door de KNSA is gereglementeerd of erkend;
  • deze schietsportdiscipline wordt in het verband van zijn vereniging beoefend;
  • Het wapen waarvoor verlof wordt gevraagd is bij deze discipline toegelaten;
  • De aanvrager is tenminste 18 jaar oud;
  • De aanvrager c.q. verlofhouder toont 18 schietbeurten in het afgelopen jaar

De Minister heeft in de eerste van bovengenoemde voorwaarden een aanzienlijke wijziging aangebracht, namelijk deze dat in de nieuwe CWM 2012 II  een differentiatie in wapentypes, al naar gelang de ervaring van sportschutters is opgenomen. Deze differentiatie heeft niet slechts betrekking op wapens waarvoor een verlof mag worden afgegeven, maar ook voor het gebruik van verenigingswapens of wapens van medeschutters. De door de Minister aangegeven differentiatie kent drie fasen; ik zal u die drie fasen toelichten:

Fase 1:

Sportschutters die korter dan één (1) jaar lid zijn mogen de schietsport uitsluitend beoefenen met vuurwapens die geschikt zijn voor Olympische disciplines en sportschutters die na minimaal één (1) jaar een eerste verlof aanvragen, komen uitsluitend voor vuurwapens in aanmerking die geschikt zijn voor de beoefening van Olympische disciplines.

Deze wapens moeten dus geschikt zijn voor de beoefening van Olympische disciplines; die discipline behoeft niet per se beoefend te worden. Er kan dus ook verlof worden aangevraagd en disciplines kunnen worden beoefend, zoals Meesterkaart Licht, Klein Kaliber Geweer 12 meter, KKG 100 meter, Klein Kaliber Karabijn (enkelschots), Standaard Pistool, Meesterkaart KKP, Kleiduivenparcours, Sporting Skeet, Sporting Trap, enzovoorts.

Ik noem een aantal voorbeelden van wapens waarmee in dat eerste jaar de schietsport mag worden beoefend c.q. na afloop daarvan een verlof kan worden aangevraagd: alle kleinkaliber enkelschots geweren en karabijnen, zoals een Anschutz Match 54 .22LR, een grendelkarabijn CZ 454 SM .22LR, kleinkaliber-pistolen en -revolvers, zoals een Walther GSP .22, een Smith & Wesson model 617 .22LR, een Colt 1911 Colt cup .22LR, zolang bij pistolen en revolvers de maximaal toegestane looplengte van 153 mm maar niet wordt overschreden.

Voor geweren en karabijnen geldt dat zij niet semi-automatisch kunnen vuren. Meerschots  kleinkaliber-geweren en -karabijnen door middel van een magazijn, zijn toegestaan, voor zover er geen sprake is van een zelfladende functie. Vanzelfsprekend dienen de wapens ook te voldoen aan de eisen van het Schiet- en wedstrijdreglement.

Voor hagelgeweren ten behoeve van het Kleiduivenschieten geldt: alle dubbelloops hagelgeweren “side by side” of “over and under”, met een maximaal toegestaan kaliber 12, zijn toegestaan. Enkelloops, semi-automatische of pump-action-geweren zijn niet toegestaan.

Fase 2:

Bij de eerste verlenging van een verlof, mag verlof worden aangevraagd niet alleen voor wapens die zijn toegelaten bij Olympische disciplines maar tevens voor wapens die zijn toegelaten binnen de disciplines van de International Shooting Sport Federation (ISSF) en de Historische-Wapensdisciplines van de Muzzle Loaders Associations International Committee (MLAIC).

Dat zijn dus grootkaliber-pistolen en –revolvers, met een maximum kaliber van 9 mm, zoals een Glock model 17, 19, 34, een CZ model 75B kaliber 9 mm Luger, een Tanfoglio Match kaliber 9 mm, een revolver Smith & Wesson model 686+ kaliber 38 Special, zolang de looplengte maar niet meer is dan 153 mm.

Voor grootkaliber-geweren geldt dat deze zijn toegestaan in enkelschots uitvoering, niet zijnde semi-automatisch. Meerschots geweren met magazijn zijn toegestaan, maar geen magazijnen met zelfladende functie. Dat zijn geweren zoals een Keppeler 300 meter standaard kaliber 6 mm of een Steyr safe bold stainless in het kaliber .308, enzovoorts.

Voor historische wapens geldt datalle wapens die zijn toegestaan binnen de door de KNSA c.q. de MLAIC gereglementeerde disciplines, zijn toegestaan.
Voor de beoefening met verenigingswapens geldt dat na één jaar lidmaatschap alle typen wapens mogen worden gebruikt, dus ook geweren in de semi-automatische uitvoering en wapens die passen binnen de door de KNSA gereglementeerde en erkende disciplines. Dit geldt alleen voor het gebruik van verenigingsvuurwapens binnen de vereniging. Voor het gebruik buiten de vereniging (bijvoorbeeld tijdens wedstrijden) geldt datalleen gebruik gemaakt mag worden van wapens die bij de eerste verlofverlenging op een verlof mogen worden bijschreven (dus Olympisch, ISSF en MLAIC).

Fase 3:

Bij de tweede verlenging van een verlof, is de aanvraag van een verlof toegestaan in alle andere overige door de KNSA gereglementeerde en erkende disciplines.

Dat betekent dat wapens in semi-automatische uitvoering voor de disciplines Militair Pistool, Militair Geweer, Dynamic Service Rifle, NPSA Geweer & Pistool, Action Shooting, .30M1, zijn toegestaan wanneer deze voldoen aan de desbetreffende regelgeving.

Voor pistolen en revolvers betekent dit dat ook kalibers boven de 9 mm, zoals de .45 ACP, zijn toegestaan en ook militaire geweren in semi-automatische uitvoering en ook afgeleiden van militaire geweren in kleinkaliber-uitvoering zijn toegestaan.

Voor de disciplines die zijn erkend door de KNSA, van de APS en de NPSA, te weten Dynamic Service Rifle en NPSA Geweer & Pistool, zijn ook geweren toegestaan die gebruik maken van pistoolmunitie.
Al sinds enige tijd is door de KNSA op haar website gepubliceerd een overzicht van alle KNSA-gereglementeerde disciplines. In dat overzicht zijn de belangrijkste sporttechnische en wapentechnische eigenschappen opgenomen, zoals trekkerdruk, de kalibers, gewichten, afmetingen, enzovoorts. In datzelfde overzicht is nu ook gemerkt welke disciplines binnen welke fase zijn toegestaan. Klik hier voor het overzicht disciplines.

2.    CERTIFICERING
De Minister heeft in de CWM 2012 II vastgelegd dat verenigingen voor de verkrijging van een verenigingsverlof, niet alleen bij de KNSA als lid moeten zijn aangesloten maar ook door de KNSA moeten zijn gecertificeerd. Datzelfde geldt tevens voor privéverloven en dat wil zeggen dat de aanvrager c.q. verkrijger van een wapenverlof lid moet zijn van een bij de KNSA aangesloten en gecertificeerde vereniging.
Het KNSA-bestuur zal daarover in de komende maanden de verenigingen nader informeren. Uiteraard geldt daarvoor een overgangsregeling, maar daarover later meer.


3.    WEDSTRIJDDEELNAME
Sportschutters waren er al mee bekend en er al gewend aan dat zij voor de aanvraag en de verlenging, als onderdeel van het redelijk belang dat moet worden aangetoond, jaarlijks een minimumaantal schietbeurten moeten hebben verricht (18). Daarin komt geen verandering. Waar wel verandering in komt is dat in de nieuwe circulaire wordt verplicht dat de sportschutter de schietsport in wedstrijdverband beoefent. De wijze waarop dit wordt aangetoond, moet worden voorgeschreven door de KNSA en die zal die aantoonbaarheid opnemen in de certificering. Inmiddels heb ik begrepen van het KNSA-bestuur dat verenigingen daarin kunnen voorzien door het aanbieden van een verenigingscompetitie waaraan verlofhouders c.q. potentiële verlofhouders zullen deelnemen.


4.    GEBRUIKSGEWEER

Al sinds eind jaren ’80 is een onderdeel van het zogenaamde “redelijk- belangcriterium” dat de verlofaanvrager c.q. -verkrijger een door de KNSA gereglementeerde of erkende discipline beoefent. In de circulaire van 1989 is dat voor het eerst opgenomen en toen maakte zelfs het KNSA Schiet- & Wedstrijdreglement nog integraal onderdeel van dit circulaire uit. Tijdens de gesprekken die (of hebben aangevraagd) vóór 1 oktober 2012 – de gefaseerde opbouw niet van toepassing is.
Ten slotte is nog voor de discipline Gebruiksgeweer een overgangsregeling opgenomen die zodanig is dat degenen die vóór 1 januari 2013 een type wapen op hun verlof hebben staan, datalleen voor de discipline Gebruiksgeweer kan worden aangewend, deze vuurwapens niet worden aangemerkt als ongewenst, en dus wanneer dat door de verlofhouder kan worden aangetoond op verlof mogen blijven staan en ook mogen worden verkocht. De mogelijkheid tot  verkopen van dat vuurwapen aan een collega-schutter in Nederland zal in de praktijk echter een dode letter blijken te zijn omdat die collega-schutter daarvoor geen discipline kan opgeven, wanneer dat wapen uitsluitend voor Gebruiksgeweer zou zijn toegelaten.
Ik zou mij kunnen voorstellen dat velen van u toch nog vragen hebben omtrent de nieuwe Circulaire wapens en munitie 2012 II. U kunt die stellen door een e-mail te sturen naar het e-mailadres: wwm@knsa.nl. Vergeet u alstublieft daarin niet uw naam en KNSA-licentienummer te vermelden.
Mr P. Hoogeveen

Wijzigingen in Schiet- en Wedstrijdreglement per 01-10-2012
Met ingang van het nieuwe wedstrijdseizoen op 1 oktober 2012 zijn weer een aantal wijzigingen in het Schiet- en Wedstrijdreglement voorgesteld door de Landelijke Technische Commissies en goedgekeurd door het Algemeen Bestuur. Het betreft wijzigingen in deel I (Algemene Bepalingen), deel III (KKG) en deel VI (Pistool).

Deze wijzigingen zijn per 1 oktober 2012 verwerkt in het SWR zoals gepubliceerd op de KNSA-website onder Ledeninformatie > Wet- en Regelgeving > Statuten en Reglementen.
 Overeenkomstig het gestelde in artikel 4 uit het KNSA Huishoudelijk Reglement, kunnen tegen dit verzoek om toelating, binnen één maand na het verschijnen van deze ledenpublicatie, door de huidige leden van de KNSA bezwaren ingediend worden. Indien geen bezwaren worden ingediend, zal het Dagelijks Bestuur vervolgens binnen één maand besluiten over deze toelating. Ook daarvan wordt publicatie in de eerstvolgende ledenpublicatie gedaan. Indien wel bezwaren worden ingediend, wordt een beslissing omtrent het lidmaatschap voor onbepaalde tijd opgeschort. Het Dagelijks Bestuur zal dan ter zake een onderzoek instellen.